interview anthon beeke en lidewij edelkoort in het volkskrant magazine



Het kwam altijd weer goed tussen ons

Op 3 september interviewden we ontwerper Anthon Beeke en trendforecaster Lidewij Edelkoort in Parijs over hun werk, hun leven en hun liefde. Op 25 september overleed Anthon Beeke in Amsterdam.

Goedgehumeurd, zij het wat wankel lopend, gaat Anthon Beeke (78) voor op de trap van het oude fabriekje waar zijn levensgezel Lidewij Edelkoort (68) haar werkruimte heeft. Hij biedt een stoel aan, gaat zelf ook, afwachtend, zitten. Na een paar minuten schuift Edelkoort aan. U bent al heel lang samen. Lidewij Edelkoort: 'Ja, 35 jaar. Nee, 36 jaar zelfs afgelopen zomer.' Ik zie dat het u emotioneert? Anthon Beeke: 'Helemaal niet!' Lidewij: 'Jawel Anthon, je hebt tranen in je ogen.' Anthon is vaak geëmotioneerd sinds hij tien jaar geleden een herseninfarct kreeg, zegt Lidewij. De befaamde vormgever, bekend van zijn soms provocerende, altijd prikkelende posters, werkt sinds die tijd niet meer. Spreken is moeizaam geworden; hij kan de woorden niet meer vinden om volzinnen te maken. Ook beweegt hij zich langzamer en voorzichtiger dan voorheen. Maar hij is enorm vooruitgegaan sinds hij bijkwam van het infarct, het verschil met tien jaar geleden is fenomenaal, zeggen vrienden en bekenden. Anthon: 'Met mij gaat het heel goed, hoor, het is allang voorbij. Ik heb nergens last van. Dat ding is gewoon gebeurd terwijl ik het niet wist. Daarna hebben we een tijd in het ziekenhuis gelegen.' Lidewij: 'In een kliniek.' Anthon: 'In een kliniek, ja. En langzamerhand ging het beter. Toen kwam, hoe heet hij ook alweer? Die jongen ging daar dood.' Lidewij: 'Simon Vinkenoog, die lag destijds in dezelfde kliniek.' Anthon: 'Ja, hahaha! En opeens was hij dood. Huh, waar is-ie? Hij is dood. Is hij dood? Ja, hij was dood. Boem. En ik ben gewoon ontsnapt.' Lidewij: 'Ieder jaar gaat het beter, het is fascinerend dat er nog steeds nieuwe wegen in die hersens worden aangelegd. Er was daar een gat geslagen zo groot als een twee-eurostuk.' Wat is de invloed op uw denken? Krijgt u nu ook weer nieuwe ideeën voor werk? Anthon: 'Nee, ik heb heel veel gemaakt, heel veel gemaakt. Nu nog een nieuw ding maken, dat is over. Het is zo veel, haha. Dus dat doen we niet meer.' Lidewij: 'Anthon zou zijn werk nu ook niet meer kunnen maken. Het zou niet meer door de keuringen komen. Zoiets mag gewoon niet meer op straat hangen.' Omdat het te bloot is. Lidewij: 'Ja, dat kun je nu niet meer doen.' Vindt u dat de maatschappij preutser is geworden? Lidewij: 'Zeker, veel preutser, ja.' Anthon: 'Nou, ik weet het niet. Als ik het gemaakt had, wist iedereen dat het moest gebeuren. Sommige mensen houden nergens van, maar er waren er veel die zeiden: niks mis mee, hartstikke goed.' Lidewij: 'Maar de vraag is, Anthon, of wij vinden dat deze periode preutser geworden is.' Anthon: 'Ik weet niet of dat waar is.' Lidewij: 'Nou, ik denk het wel. Als Janet Jackson haar tepel laat zien, breekt de hel los. En aan de stranden zitten mensen weer vreselijk te wurmen onder hun handdoek. Kinderen zijn ook heel preuts. Die willen niet in hun blootje de zee in. Dus er is wel degelijk van binnenuit iets veranderd.' Waar heeft dat mee te maken, denkt u? Lidewij: 'Met de geestvernauwing van de maatschappij. Het patriottisme, het streng bewaken van de grenzen. We zien weer allerlei vormen van fascisme.' Anthon: 'Ja, dat soort dingen. Maar ik weet het niet, hoor.' Die poster voor theatergezelschap Globe van een vrouwenkont in een paardentuig die u ooit maakte, de vagina vol in beeld, zou die nu nog kunnen? Anthon: 'Misschien gebeurt het nu niet meer, maar als ik het gemaakt had: oké.' Lidewij: 'Maar het is geen beeldende kunst, Anthon, het is gewoon toegepaste kunst. Het kan niet meer op straat.' In de Parijse studio van Lidewij Edelkoort waar het interview plaatsvindt lopen jonge medewerkers druk heen en weer om een kleine expositie op te bouwen. Edelkoort tegen een van hen: 'Heel lief als jij de champagne even in de ijskast zet, ja. De ijskast is beneden.' Tegen Anthon: 'Alle nieuwe stagiairs zijn er vandaag voor het eerst.' Edelkoort leidt als trendwatcher het leven van zakenvrouw en superster tegelijk. 'Ik ben altijd op tournee', zegt ze. Ze houdt kantoor in Parijs en New York en geeft lezingen en presentaties over de hele wereld. Grote merken als Siemens, L'Oréal, Nissan en Coca-Cola huurden haar in voor advies, ze is decaan van een New Yorkse designopleiding, ze heeft huizen in Parijs, Normandië en Marokko. 'Ik zit vaker in een vliegtuig dan een piloot', heeft ze weleens verzucht. Ontwerper Job Smeets, een goede vriend van haar, herinnert zich nog dat haar komst als docent naar de Design Academy in Eindhoven werd aangekondigd toen hij daar student was. 'Er kwam nu toch iemand: ze kwam met een taxi uit Normandië en ze vroeg 10 duizend euro per dag. Ik dacht: een rockster.' Dat van die taxi kan wel kloppen, zegt Edelkoort. 'Ik heb geen rijbewijs.' Maar die 10 duizend euro per dag? 'Niet in Eindhoven, natuurlijk.' Glimlach: 'Wel soms voor lezingen.' Terwijl Edelkoort over de wereld reist, is Beeke thuis in Amsterdam. Ze wonen niet samen, dat hebben ze ook nooit gedaan. Beeke gaf ook les op de academie in Eindhoven en hij had een ontwerpstudio in Amsterdam met opdrachtgevers als Toneelgroep Amsterdam en het Stedelijk Museum. 'Lidewij is een kosmopoliet, Anthon is altijd een Amsterdamse jongen gebleven', zegt een vriend van het stel. Beeke wordt meermalen beschreven als een charmante boef, zonder overdreven veel ontzag voor zijn opdrachtgevers en met een grote voorliefde voor vrouwen. In Amsterdam wordt hij veel geholpen door een vriendin, die ook zijn zaken behartigt en hem vanavond, als hij terugkeert uit Parijs, afhaalt van de trein. Hoe slecht was u eraan toe direct na het herseninfarct? Anthon: 'Het was helemaal niks meer, helemaal niks. Toen ik uit de gevangenis kwam, dat ding...' Lidewij: 'Kliniek.' Anthon: 'Toen kon ik helemaal niet praten. Ja, meneer, hij zegt wat. Heel moeilijk.' Lidewij: 'De eerste avond werd gezegd: hij gaat de nacht niet halen. Dus het is sowieso een wonder wat er is gebeurd. Maar het heeft veel tijd gekost.' Anthon: 'Ja, maar nu is het oké.' Lidewij: 'Ja, dat komt ook omdat Anthon weer aan het werk is. Hij heeft een boek gemaakt met een overzicht van twintig jaar posters, dat wordt op de Designweek in Eindhoven gepresenteerd. Uit meer dan drieduizend posters heeft hij er met een bevriende vormgever 350 geselecteerd. Dat uitzoekwerk, dat gaat in etappes natuurlijk, net als bouillon maken, dat is een jaar lang werk geweest.' Tegen Anthon: 'En daardoor ben je heel erg back on track.' Wat heeft het emotioneel voor u betekend, dat herseninfarct? Bent u iemand die zo'n tegenslag neemt zoals hij komt of wordt u woedend en opstandig? Anthon: 'Welnee. Het gebeurde, het was jammer, maar je kunt er niks aan doen.' Lidewij: 'Anthon heeft een optimistisch karakter, dus die blijheid kwam al snel weer terug. Heel opvallend. Want het was natuurlijk helemaal niet leuk, het zag er niet goed uit.' Anthon kon niet lopen... Lidewij: 'Heel moeilijk.' En niet praten. Lidewij: 'Nee, en hij zat te kwijlen, allemaal dingen die niet fijn zijn, maar zijn vrolijkheid is nooit weggeweest. Dat is een groot voordeel, als je dat hebt. Ik was meteen voor altijd in bed gebleven.' Anthon: 'Néé, lekker doorgaan toch! Het enige wat we hebben is het leven. Het leven! Verder was er niks. Dus we gaan er lekker tegenaan.' U bent er niet somber door geworden? Lidewij: 'Nee, maar je bent elke dag wel een keer radeloos omdat je de woorden niet kunt vinden.' Anthon: 'Ach, dat is een beetje vervelend soms. Sóms.' Lidewij: 'Je maakt weer reizen, doet weer leuke dingen.' Anthon: 'Ik heb alweer fantastische dingen gedaan.' Lidewij: 'En je bent goed opgevangen door je omgeving. Dat scheelt ook.' Ja, hoe was het voor u dat Anthon dat herseninfarct kreeg? Lidewij Edelkoort slikt. Voor het eerst in het gesprek valt er een stilte. Met de ogen dicht: 'Het is niet makkelijk.' Anthon: 'Ja, nee. Niet huilen, hoor.' Lidewij: 'We hebben het er eigenlijk nooit over, maar ik heb echt een depressie gekregen die zo'n twee jaar heeft geduurd. Ik heb toen ook professionele hulp gehad. Het is een groot verlies wat je lijdt. Eerst ben je bang dat iemand doodgaat, daarna denk je: wat voor plant zal hieruit voortkomen? We kunnen niet meer op dezelfde manier met elkaar praten...' Anthon: 'Nu toch wel weer?' Lidewij: 'Soms lijkt het wel een quiz, Anthon, dan moet ik alles raden.' Anthon: 'Ja, dat is een beetje moeilijk.' Schouderophalend: 'Nou ja.' Lidewij: 'Alles is erg veranderd. Je bent niet meer dezelfde persoon als daarvoor.' In welke zin is Anthon veranderd? Lidewij: 'Nou, die blijheid bijvoorbeeld. Er zit veel minder agressie in die man.' Anthon: 'Is dat zo? Ben ik liever geworden?' Lidewij: 'Ja, je bent liever geworden. Dat vind ik ook fijn, maar het betekent wel dat je verhouding verandert. Ook je verhouding met de buitenwereld verandert, met vrienden, de gesprekken zijn anders. Je gaat meer zorgen, alles verschuift.' Wat kenmerkte uw depressie? Lidewij: 'Ik vond niks meer leuk. Je krijgt geen adrenalineshot meer van je lichaam als je iets goed doet, geen beloning, dus als je op een podium staat en er zitten allemaal mensen in de zaal die het interessant vinden wat je doet, dan maakt dat niks uit. Je voelt niets. Op een gegeven moment heeft het leven helemaal geen zin meer.' U bent altijd op tournee, maar bent u er tijdens die depressie niet een tijdje tussenuit geweest? Lidewij: 'Nee, ik ben gewoon doorgegaan.' Anthon: 'Ha! Altijd doorgaan, altijd, altijd. De wereld over. Ze ging weg, en ze kwam terug. Ze ging weg, en ze kwam terug. Werken, werken, altijd maar door.' En hoe sta je dan voor een zaal, als je depressief bent? Lidewij: 'Dat gaat, want een depressie zie je niet van buiten. Je beleeft het alleen zelf, dat je denkt: ik wil hier eigenlijk niet zijn. Maar ik ben eruit gekomen. Het was alsof langzaam het gordijn weer openging.' Hoe is dat gelukt, dat u eruit bent gekomen? 'Door te werken met een fantastische healer. Haar geest gaf mij energie. Dat is heel goed gegaan, opeens was er weer vrolijkheid. Ik heb er ook niets aan overgehouden, maar ik weet nu wel dat in ieders leven een depressie zomaar om de hoek kan staan. Er zijn zoveel, vooral jonge, mensen die psychisch lijden. We kampen met een enorme zelfmoordepidemie. Die heb ik ook voorspeld.' Waar kwam die voorspelling vandaan? 'Ik heb een boek gemaakt over de terugkeer van de Romantiek. Die melancholie, die spleen, we zitten nu in zo'n zelfde periode. Maar die epidemie is er ook omdat het in deze tijd werkelijk niet te doen is om mens te zijn. We zijn een endangered species, we maken de condities op deze planeet elke dag erger en we zijn nog niet eens begónnen er iets aan te doen. Ik wil geen doemscenario schetsen, maar het is helder dat het nu echt misgaat. Hoeveel vloedgolven en bosbranden moeten er nog komen voor we wakker worden? Er zal enorme migratie voortkomen uit de klimaatverandering, we zullen hier volksstammen moeten ontvangen. En dan is er ook het sterk opkomende fascisme wat je echt aan alles voelt en ziet.' Anthon: 'Ja, dat zie je.' Waar ziet en voelt u dat aan? Lidewij: 'Ik voel het al een paar jaar, en daar lijd ik ook onder. De zomer voor de verkiezing van Trump wist ik al dat hij het zou gaan worden, dat was voor mij duidelijk. Dus ik had een verschrikkelijke zomer, want ik zag het hele drama zich als een film voltrekken. Ik had niet verwacht dat al zo snel na de vorige ronde een nieuw fascisme zou opstaan.' Trump is democratisch gekozen. Lidewij: 'Ja, maar het is voorbereid door een grote groep mensen, hij is slechts de stroman van een beweging. De witte man wordt de minderheid in Amerika, dus die zijn hysterisch van angst. Vandaar ook de relatie met Rusland, want dat is het witste land dat er is. Ik denk dat er wordt gesproken over de import van baby's en vrouwen vanuit Rusland om het witte bloed aan te zuiveren, allemaal gebaseerd op racisme, patriotisme, xenofobie. Het is een bijzonder moeilijke periode waarin we zitten, ik vrees voor een burgeroorlog in de Verenigde Staten, extreemrechts tegen alternatief, avant-garde, zwart, groen, geel, rood.' Iets later: 'Daar hangt die depressie ook mee samen: omdat ik het werk doe wat ik doe, ben ik heel gevoelig voor de tijdgeest. Die tijdgeest slaat mij om de oren voordat hij de maatschappij om de oren slaat.' Ik las ergens dat u zei dat u ook Nine eleven hebt zien aankomen. Lidewij: 'Ja, in de lente van dat jaar voelde ik me verschrikkelijk. Ik dacht dat ik een midlifecrisis had. Ik was met een trendboek bezig, dat kwam vol agressieve teksten te staan, en een video die begon met het Amerikaanse volkslied dat aan flarden werd gepeeld door Jimmy Hendrix en eindigde met een rapversie van Give peace a chance. Ik was heel ongelukkig over die periode, maar ik ga dan wel door met zo'n boek, want ik geloof in mijn intuïtie. Toen ik de eerste toren zag instorten, was ik helemaal opgelucht: dit was het dus. Later was ik natuurlijk helemaal niet opgelucht, maar even was er bevestiging: het ligt niet aan mij. Dat je geestelijk direct in verbinding staat met Bin Laden, dat is natuurlijk wel heel vreemd.' U bedoelt: het komt tot u. Lidewij: 'Ja, ik lijd sindsdien meer en meer, omdat de tijd nu zo zwaar is. Voor de aanslag op Charlie Hebdo gebeurde het weer, ik zei tegen mijn mensen: ik ben zo ongerust. Als er echt iets heftigs aankomt, voel ik dat.' Mensen doen wel eens lacherig over uw vak. Die zeggen: Lidewij Edelkoort, het orakel met haar glazen bol. Lidewij: 'Het is in zekere zin ook waar wat die mensen zeggen, ik bén een orakel, want die intuïtie, die is niet van mij, daar kom ik steeds meer achter. Die intuïtie is universeel, ik ben alleen maar degene die hem opvangt en broadcast. En dat instrument wordt steeds sterker, het is feilloos, het is bijna eng. Ik heb onlangs gewerkt met iemand uit de voedselindustrie en ik merkte dat ik opeens ook nieuwe smaken kan oproepen en voorspellen, heel gek. De smaak van kers, een beetje wrang, niet zo plezant, dat wordt een belangrijke smaak.' Anthon: 'Is dat zo?' Lidewij: 'Ja, dat is zo. Ook in bier.' Zijn er ook voorspellingen van u als trendwatcher niet uitgekomen? Lidewij: 'Niet echt, want anders zou ik de signalen niet opvangen. Ik kan de omvang niet altijd bepalen en ook de tijdlijn niet; soms duurt het langer voordat de scenario's zich aandienen, maar ze komen allemaal uit. Ik heb 25 jaar geleden een boek gemaakt over 2020, dat komt helemaal uit, tot op de laatste zin, foto, alles. Ik zeg daarin dat allerlei zaken die voorheen contrasten waren nu één worden. Man en vrouw groeien naar elkaar toe, individu en groep ook. Minimalistisch en decoratief omhelzen elkaar. Wonen en werken verstrengelen. We willen gezond eten, maar we drinken ook champagne, we sporten intensief, maar willen ook mediteren, snap je, het is onvoorstelbaar op zo'n afstand.' 'Ik ben trouwens trendforecaster - een trendwatcher is iemand die een heleboel bruine schoenen ziet op straat en stelt: bruin is in. Ik ben dan al veel langer met bruin bezig.' U voorspelt sinds begin jaren negentig dat de economie kleinschaliger, duurzamer, lokaler zal worden. Lidewij: 'Dat is ook een enorme beweging.' Maar in de praktijk is er alleen maar méér schaalvergroting opgetreden en nóg meer overconsumptie. Bent u niet enorm teleurgesteld? Lidewij: 'Het is nog steeds de oplossing: kleinschaligheid, duurzaamheid, en het kan, een heleboel vrienden en bekenden van ons leven al zo. Ik ben bezig met een boek over 2050 en ik heb toch hoop dat we het gaan redden. Maar het gaat veel vragen van een mens. Het wordt een totaal andere maatschappij, dat is ook wel weer spannend, want we moeten alles opnieuw gaan uitvinden. Voorlopig is mijn werktitel: de eeuw van de amateur.' 2050, hoe oud bent u dan? Lidewij: 'Dan ben ik 100.' Gaat u dat meemaken? Lidewij: 'Ja, waarschijnlijk nét.' Anthon: 'Haha, ik niet meer.' Lidewij: 'Dan zou je 110 zijn. Jij wordt wel oud, ook.' Die 36 jaar samen, waardoor is dat goed gegaan? Anthon, tot Lidewij: 'Zegt u het maar.' Lidewij: 'Nee, ik wil het eerst van jou horen.' Anthon: 'We hebben altijd mooie dingen gemaakt samen. En na een tijdje ging ze weer weg. Je ging weg, je kwam terug, je ging weg, je kwam terug, ik denk dat dat het belangrijkst is. Ik vond het fantastisch om samen te zijn, maar ging ze weg, dan dacht ik: gelukkig. Dat vond ik ook weer heerlijk.' Het werd nooit een sleur, jullie hadden elkaar altijd iets te vertellen. Lidewij: 'Ja, we hebben elk totaal ons eigen leven, zo blijft het fris. Ik denk dat een grote wederzijdse bewondering, een grote herkenning, dingen zijn waardoor het al 36 jaar duurt tussen ons. Wat overigens niet altijd vanzelfsprekend is geweest. Laten we eerlijk zijn.' Ik hoorde van mensen die ik over u heb gesproken dat het behoorlijk kon botsen tussen u twee. Waar ging het dan over? Lidewij: 'Waar het altijd over gaat. Over andere mensen in ons leven.' Anthon had nogal eens vrouwen. Lidewij: 'Niet alleen Anthon heeft weleens verhoudingen. Maar over dit onderwerp hoeven we het niet te veel te hebben.' Maar als ik vraag: waarover botste het, dan zegt u: daarover. Lidewij: 'Waar het altijd over botst tussen man en vrouw: aandacht. Anthon: 'Nou, aandacht niet zozeer.' Lidewij: 'Jawel, Anthon. Een vrouw is toch gevoelsmatiger dan een man, daar komen altijd weer fricties uit voort. Maar we zijn nooit uit elkaar geweest.' Anthon: 'Nooit. Het was nooit zo dat je dacht: het is over. Helemaal niet.' Lidewij: 'Het heeft er wel eens om gespannen, maar het kwam altijd weer goed.' Later in het gesprek gaat het over de verhouding die Anthon Beeke als 15-jarige jongen had met een 37-jarige huurster in zijn ouderlijk huis. Lidewij: 'Je moeder mocht het niet weten, maar jij vond het heel fijn. Misschien heeft het wel jouw liefde voor vrouwen bepaald.' Anthon lacht. Lidewij: 'Want Anthon is natuurlijk helemaal gek op vrouwen. En de vrouwen zijn gek op Anthon. Zet hem ergens neer, op een opening bijvoorbeeld, en de vrouwen komen op hem af als bijen op de honing.' Verging het u ook zo bij de eerste ontmoeting? Lidewij: 'Het was op een designcongres in Amsterdam midden in de zomer, ik had helemaal geen zin om erheen te gaan. Tijdens een cocktailparty werden we we aan elkaar voorgesteld. Ik dacht wel meteen: dit is de man van mijn leven.' Anthon: 'Nog steeds, geloof ik, ha!' Lidewij: 'Het volgend weekend kwam hij met zijn Porsche naar Parijs gescheurd. We vonden elkaar heel bijzonder. En er is altijd iets geweest waardoor we samenbleven, iets wat niet logisch was in ons beider leven, ik in Parijs en hij in Amsterdam. En toch was het evident.' Is het ook zo evident gebleven na Anthons herseninfarct? Lidewij: 'Evidenter.' Waarom? Lidewij: 'Omdat je daardoor nog meer verbonden bent aan iemand.' Toch zijn er ook stellen die na zoiets uit elkaar gaan. Lidewij: 'Maar ik zou zeggen: weglopen wordt moeilijker, zelfs onmogelijk. De dimensie zorg is er bijgekomen. Ik weet dat andere mensen dan soms weglopen, maar op mij heeft het juist een ander effect.' Ging dat proces met twijfels gepaard of was het meteen duidelijk? Lidewij: 'Het was meteen duidelijk.' Anthon, heeft u daar wel eens aan getwijfeld? Lidewij: 'Dat ik niet weg zou lopen? Anthon: 'Nooit. Nee, nee, nooit.' En in Amsterdam heeft u dus ook een vriendin die veel voor u zorgt. Anthon: 'Zij heeft heel lang voor mij gewerkt, hè, in de studio. Dat is zo doorgegaan.' Lidewij: 'Nou, Anthon, jullie hebben ook een liefde gedeeld.' Anthon: 'Dat was niks, hoor.' Lidewij: 'Dat heeft wel een paar jaar geduurd.' Anthon: 'Helemaal niet.' Lidewij lacht: 'Zo gaat het nou altijd, altijd verkleinen. Er is in ieder geval nog een sterke band, zij houdt veel van Anthon. En hij van haar.' Is dat iets waar u goed tegen kunt? Lidewij: 'Het is oké. We hebben natuurlijk in het verleden wel gestruggeld, zij met mij en ik met haar, maar het is nu zo vertrouwd. We bespreken samen Anthons financiën, zijn huishouden, hij is in goede handen als hij thuis in Amsterdam is. Ze was van de zomer ook bij ons in Normandië en dat was helemaal prima. We zijn een soort zelfgecreëerde familie. Ik denk dat elkaar willen bezitten, zoals mensen altijd doen, niet meer zo'n goed idee is.' Het is een oervorm, het is de vraag of dat ooit verandert. Lidewij: 'Ja, maar wij zijn er wel een voorbeeld van dat het kan. Al is het dus niet altijd evident geweest, en het blijft ook ergens een mysterie wat ons zo sterk bindt. We hebben toch iets voor elkaar gekregen samen wat je niet helemaal kunt omschrijven. Een soort rare dans.' Iemand zei over u: Lidewij is een moeder zonder kinderen. Lidewij: 'Ik heb geen kinderen, maar ik heb wel veel vrienden voor wie ik als een moeder ben.' Was het een bewuste keus om geen kinderen te krijgen? Lidewij: 'Niet helemaal. Maar uiteindelijk is het zo gegaan.' Hoe kijkt u daarop terug? Anthon: 'Vervelend.' Lidewij: 'Ik vind het jammer, ja. Als ik een moeder zie met een mooi kind aan de arm, kan ik denken: zonde dat ik die relatie niet heb gekend. Maar ik denk ook dat het een reden heeft. Dat ik moet doen wat ik moet doen, maatschappelijk en sociaal. Met kinderen had ik misschien niet al die energie kunnen geven aan waarvoor ik geboren ben.' Anthon: 'Altijd werken, werken, ik dacht: wat doe je nou?' Voelt het in die zin als een offer? Lidewij: 'Het is een vorm van een offer, ja. Het is soms een sacrifice om al die universele energie die door mij stroomt voor anderen aan te wenden. Ik doe educatieve projecten, ik heb de textielmaand in New York opgezet die een groot succes is, ik bereid weer een publicatie voor. Het is allemaal heel intens.' U, Anthon, hebt twee dochters, heb ik begrepen. Anthon: 'Ja. Maar één zie ik niet meer.' Hoe komt dat? Anthon: 'Ze komt niet meer bij mij. Ik weet niet precies waarom. Ik probeer steeds weer af te spreken, maar dan komt ze niet. Het is heel vervelend. En wat er nu precies gebeurd is, tja.' Wat doet dat met u? Anthon: 'Nou ja, aan de andere kant is er dat eerste kind dat ik eindeloos gezocht heb, nooit gevonden, nooit, nooit, nooit, en die is nu weer terug.' Uw oudste dochter die opeens op de stoep stond. Die u verwekte bij een jeugdliefde die u sindsdien nooit meer heeft gezien. Lidewij: 'Ze was 45 toen ze hoorde dat Anthon haar vader is, dat is nu een jaar of vijf geleden. Ze heeft hem toen een brief geschreven. Het was een totale verrassing. Ze stapte de lift uit bij Anthon, hij keek haar aan en hij wist meteen dat het waar was, dat ze zijn dochter is. Ze lijken ontzettend op elkaar. Ze heeft net zo'n levenslust als Anthon, ze is net zo optimistisch. Dat is echte familie, natuurlijk, dus dat geeft ontzettend veel plezier.' Anthon: 'Ik vind het bijzonder leuk, ja, ze is een heel lief meisje.' Dus zo heeft u, nadat de ene dochter zich van u verwijderd heeft, de andere dochter in uw leven. Lidewij: 'Dat is typisch Anthon Beeke. Altijd geluk.'

Bron de Volkskrant, gescgreven door Evelien van Veen